Klaver

Als we het pad aflopen en bij het open veld uitkomen zien we een ree die zich tegoed doet aan klaver. Het is een smal, rechthoekig klaverveld, de boer heeft een strook laten staan tussen gemaaide vlakken. De klaver is zo hoog dat alleen zijn rug te zien is en de topjes van zijn oren. Hij hapt met een uitbundigheid waarvan ik zelf ook zin in klaver krijg.
Wij staan daar. De ree kijkt op. Hij kijkt ons aan zonder ons te zien, eet dan weer verder. Die klaver moet heerlijk zijn. Ik loop door, hij kijkt weer, ziet mij. Met trage sprongen gaat hij ervandoor en verdwijnt in het kreupelhout.