Opruim

Ik haal de boeken uit de kast. De kamer verandert in een boekenzee. Er blijft een laag stof achter die met één veeg niet weg te halen is. Bart maakt een vlek op het keukenblad door er een fles gootsteenontstopper op te zetten. De saucijzenbroodjes ruiken naar ovenreiniger. In de container beneden liggen zo’n twintig volle vuilniszakken met voorbije dingen. Bart vloekt. De vlek is permanent. Zijn vakantie is verpest zegt hij. Ik open mijn laptop en moet opzoeken hoe je saucijzen schrijft.