Wie weet of het waar is…

Vier jaar lang nam ik de bus naar school. Die bus reed door een dorpje, en elke dag las ik op de gevel van een klein huis (of eerder een stenen schuurtje) de woorden: Wie weet of het waar is.

To the point

Het rapportenboekje. Op de voorkant een jongen en een meisje met de armen over elkaar, getekend door Dick Bruna. Het is meer dan 35 jaar oud, in 1980 is er voor het eerst in geschreven. Toen was ik zes jaar oud. Betekenis der cijfers: 10 uitmuntend, 9 zeer goed, 8 goed, 7 ruim voldoende,

Kankerwensput

‘Wilt u een wens doen?’ ‘Nee, sorry, ik moet de trein halen.’ Ik zie de jongen kijken. Hij weet even niet wat hij moet zeggen. Hij zag me aan komen lopen en moet gedacht hebben: die wil vast een wens doen.

Zo zijn ze…

Het is figuurlijk bedoeld, maar letterlijk opgeschreven. Dát zeiden ze. Mijn mond viel open.

Vruchtbare grond

Mijn moeder was een grote vrouw. Eén meter tweeëntachtig. En stevig. Je zou niet denken dat ze ooit in een rugzak zou passen. En toch paste ze. Ik weet nog dat we luisterden naar een speech. Of misschien was het

We gaan!

Ik schreef een kinderboek over Kamp Vught. Het telt ongeveer 20.000 woorden, wat niet veel is. Maar om die woorden te kunnen schrijven, heb ik meer dan het tienvoudige aan woorden gelezen.

Dubbel D

Je leest soms wat je wilt lezen, of dat er nou staat of niet. De Duizenddraadsteeg in Leiden. De Steeg van Duizend Draden. Ik vond hem op een oude kaart en besloot dat de lakenhandelaar uit

Boven de voetjes afgezaagd

Ze zitten in het directiekantoor. Met z’n drieën. Hooguit acht jaar oud. De één is impulsief en staat niet altijd in contact met zijn geweten. De tweede is vooral jong en naïef. De derde is een meeloper. Als de stoere jongen tegen wie je opkijkt het doet, dan doe je mee. Ook al wéét je …

Boven de voetjes afgezaagd Lees verder »